Havo 1 - DOGEografie

Ga naar de inhoud

Havo 1

Hoofdstuk 3: Klimaat
Leerdoelen

Paragraaf Vaardigheden: Zoeken in de atlas
  • Je beheerst de stof van dit onderdeel.

Paragraaf 3.1 Wereld: Klimaten op aarde
  • Je kent de acht hoofdklimaten en weet waar ze voorkomen.
  • Je begrijpt dat het weer bepalend is voor het klimaat.
  • Je kunt bepalen of een klimaat op lage of op hoge breedte ligt.

Paragraaf 3.2 Wereld: Temperatuurverschillen op aarde
  • Je weet dat breedteligging, hoogte en seizoenen invloed hebben op de temperatuur.
  • Je begrijpt waardoor er temperatuurverschillen op aarde ontstaan en hoe seizoenen ontstaan.
  • Je kunt het ontstaan van de seizoenen in een tekening weergeven.

Paragraaf 3.3 Wereld: Neerslag, hier veel en daar weinig
  • Je kent het verschil tussen de korte en lange kringloop en tussen stijgingsregen en stuwingsregen.
  • Je begrijpt hoe regen ontstaat en hoe de waterkringloop werkt.
  • Je kunt een tekening maken van de drie soorten regen.

Paragraaf 3.4 Nederland: Het klimaat in Nederland
  • Je weet dat land en zee het klimaat be├»nvloeden.
  • Je begrijpt waardoor Nederland een gematigd zeeklimaat heeft.
  • Je kunt verklaren waarom het in de zomer in Nederland koeler is dan in Berlijn en in de winter warmer.

Paragraaf 3.5 Nederland: Het weer in Nederland
  • Je weet waarom de weersverwachting belangrijk is en hoe het weer in delen van ons land kan verschillen.
  • Je begrijpt waardoor er verschillen in het weer in Nederland ontstaan.
  • Je kunt op een kaart de verschillen in weer aangeven.
Studiewijzer H3 Klimaat
Praktische Opdracht GeoICT
Om de instructies voor de praktische opdracht te lezen, klik op de knop hier naast
Hoofdstuk 2 Bevolking en cultuur
Leerdoelen hoofdstuk 2:

Paragraaf 2.1 Wereld: Steeds meer mensen
  • Je weet wat bevolkingsspreiding en bevolkingsdichtheid is.
  • Je begrijpt waarom de wereldbevolking groeit en waarom mensen verhuizen.
  • Je kunt een bevolkingsgrafiek tekenen.

Paragraaf 2.2 Wereld: Wat is cultuur?
  • Je weet wat cultuur is en welke cultuurelementen belangrijk zijn.
  • Je begrijpt hoe culturen zich kunnen vermengen.
  • Je kunt informatie halen uit de afbeeldingen.

Paragraaf 2.3 Wereld: Cultuurgebieden in de wereld
  • Je weet welke cultuurgebieden er zijn.
  • Je begrijpt welke cultuurelementen belangrijk zijn in de cultuurgebieden.
  • Je kunt de cultuurgebieden intekenen op een wereldkaart.

Paragraaf 2.4 Nederland: De Nederlandse bevolking
  • Je weet hoe de bevolking van Nederland is samengesteld en verspreid.
  • Je begrijpt waarom de Nederlandse bevolking zo hard gegroeid is.
  • Je kunt informatie halen uit grafieken en kaarten.

Paragraaf 2.5 Nederland: Nederland: een multicultureel land
  • Je weet waar de nieuwe Nederlanders vandaan komen.
  • Je begrijpt waarom cultuur het belangrijkste van iemand met een migratieachtergrond is.
  • Je kunt uitleggen welke verschillen er in een multiculturele samenleving kunnen zijn.
Antwoordenboek
Heb je in je werkboek gewerkt en wil je de antwoorden controleren?
Klik op het antwoordenboek en controleer per paragraaf de antwoorden.

Jij hebt hier zelf de verantwoordelijkheid in!
Controleer alleen de antwoorden als je zelf de opgaven gemaakt hebt. Gebruik het antwoordenboek niet uit gemakzucht!
Download Studieplanner
Leerdoelen hoofdstuk 1

Paragraaf 1.1 Wereld: De aardkorst beweegt
  • Je weet hoe de aarde is opgebouwd.
  • Je begrijpt waarom aardkorstplaten bewegen.
  • Je kunt met een kaart van de aardplaten aangeven waar en hoe gebergten ontstaan.

Paragraaf 1.2 Wereld: Aardbevingen
  • Je weet hoe aardbevingen ontstaan en wat de gevolgen van aardbevingen zijn.
  • Je begrijpt waar aardbevingen voorkomen en waarom dat daar is.
  • Je kunt op een kaart met aardkorstplaten aangeven waar aardbevingen voorkomen.

Paragraaf 1.3 Wereld: Vulkanen
  • Je weet hoe een vulkaan werkt en wat de gevolgen van vulkaanuitbarstingen kunnen zijn.
  • Je begrijpt waar vulkanen voorkomen en waarom dat daar is.
  • Je kunt een doorsnedetekening van een vulkaan maken.

Paragraaf 1.4 Nederland: Nederland op reis
  • Je weet hoe je in de ondergrond van Nederland kunt zien dat ons land zich verplaatst heeft op aarde.
  • Je begrijpt hoe we weten dat Nederland niet altijd op dezelfde plek heeft gelegen.
  • Je kunt op een wereldkaart aanwijzen waar Nederland in het verre verleden op de wereldbol lag.

Paragraaf 1.5 Nederland: Bewegende aardkorst in Nederland
  • Je weet waardoor er aardbevingen in Nederland voorkomen en wat de gevolgen zijn.
  • Je begrijpt waarom het een moeilijke discussie is of we wel of niet moeten stoppen met aardgaswinning.
  • Je kunt op een kaart aanwijzen waar aardbevingen in Nederland voorkomen.
Download
Download
Quizlet
Download
Terug naar de inhoud