Mavo 2 - DOGEografie

Ga naar de inhoud

Mavo 2

Presentatie H3.4-3.5
thuisgeleerd.nl
Hoofdstuk 3: Water
Leerdoelen

Vaardigheden: Werken met EduGIS
  • Je beheerst de stof van dit onderdeel.

Paragraaf 3.1 Wereld: Water op aarde
  • Je weet hoe water verdeeld is over de aarde en hoe de waterkringloop werkt.
  • Je begrijpt waardoor er soms veel en soms weinig water beschikbaar is.
  • Je kunt een grafiek van de waterbalans lezen en begrijpen.

Paragraaf 3.2 Wereld: Water in natte gebieden
  • Je weet wat een piekafvoer is en wat de gevolgen van een overstroming kunnen zijn.
  • Je begrijpt waardoor overstromingen kunnen ontstaan.
  • Je kunt in een grafiek de piekafvoer van een rivier weergeven.

Paragraaf 3.3 Wereld: Water in droge gebieden
  • Je weet hoe mensen in droge gebieden aan zoet water komen.
  • Je begrijpt hoe waterstress tot conflicten kan leiden.
  • Je kunt aanwijzen waar droge gebieden op aarde liggen.

Paragraaf 3.4 Nederland: Rivieren in Nederland
  • Je weet waarom rivieren belangrijk zijn voor Nederland.
  • Je begrijpt de maatregelen tegen overstroming van de rivieren.
  • Je kunt met een tekening uitleggen wat de drietrapsstrategie inhoudt.
Naar deze paragraaf
Paragraaf 3.5 Nederland: Nederland en de zee
  • Je weet hoe Nederland beschermd wordt tegen de zee.
  • Je begrijpt hoe polders worden aangelegd en droog gehouden.
  • Je kunt uitleggen hoe zandsuppletie en de zandmotor de kust beschermen.
Zandmotor
Studiewijzer H3 Water
Hoofdstuk 2 Steden
Leerdoelen Hoofdstuk 2

Paragraaf 2.1 Wereld: Steden in de wereld
  • Je weet het verschil tussen soorten steden.
  • Je begrijpt waardoor de verstedelijkingsgraad verschilt tussen rijke en arme landen.
  • Je kunt steden en stedelijke netwerken op een kaart aanwijzen.

Paragraaf 2.2 Wereld: De groei en opbouw van steden
  • Je weet wat het verschil is in groei van steden in rijke en arme landen.
  • Je begrijpt wat de oorzaak is van het verschil in inrichting van steden in rijke en arme landen.
  • Je kunt de plattegrond van een stad in een rijk en in een arm land tekenen.

Paragraaf 2.3 Wereld: Leven in megasteden
  • Je weet wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen wonen, werken en verkeer in megasteden in rijke en arme landen.
  • Je begrijpt waarom de problemen groter zijn in megasteden in arme landen dan in rijke landen.
  • Je kunt oplossingen bedenken voor problemen in megasteden.

Paragraaf 2.4 Nederland: Urbanisatie in Nederland
  • Je weet waar de belangrijkste steden en stedelijke gebieden in Nederland liggen.
  • Je begrijpt het verband tussen urbanisatie, bevolkingsgroei en het voorzieningenniveau.
  • Je kunt op de kaart van Nederland aangeven waar groeiende en krimpende steden zijn.

Paragraaf 2.5 Nederland: Veranderingen in Nederlandse steden
  • Je weet hoe de Nederlandse stad is opgebouwd.
  • Je begrijpt hoe probleemwijken in steden kunnen ontstaan.
  • Je kunt oplossingen aandragen voor problemen in steden.

Download Studieplanner
Quizlet hoofdstuk 2 - Steden
Hoofdstuk 1 Landschappen
Leerdoelen Hoofdstuk 1

Paragraaf 1.1 Wereld: Landschappen in soorten en maten
  • Je kent de verschillen tussen een natuur- en een ingericht landschap en tussen een jong en een oud gebergte.
  • Je begrijpt hoe gebergten en laagvlakten ontstaan.
  • Je kunt met de atlas bepalen of een gebied een gebergte of een laagvlakte is.

Paragraaf 1.2 Wereld: Verwering en erosie
  • Je weet wat verwering en erosie is.
  • Je begrijpt hoe verwering en erosie voor reliëf zorgen.
  • Je kunt het reliëf van gebieden op een kaart indelen in laagland tot en met hooggebergte.

Paragraaf 1.3 Wereld: Sedimentatie
  • Je weet wat verweringsmateriaal en sedimentatie is.
  • Je begrijpt hoe het verweringsmateriaal gesorteerd wordt afhankelijk van de stroomsnelheid.
  • Je kunt beschrijven en verklaren wat er in de boven-, midden- en benedenloop van een rivier gebeurt.

Paragraaf 1.4 Nederland: Hoog-Nederland
  • Je weet wat landijs, stuwwallen en zwerfstenen zijn.
  • Je begrijpt hoe stuwwallen ontstaan zijn en waarom Hoog-Nederland als eerste bewoond werd.
  • Je kunt op een topografische kaart de kenmerken van Hoog-Nederland aangeven.

Paragraaf 1.5 Nederland: Laag-Nederland
  • Je weet wat veen is en wat dijken en polders zijn.
  • Je begrijpt waarom er veel klei en veen in Laag-Nederland voorkomt en hoe de mens daar bruikbare landbouwgrond van gemaakt heeft.
  • Je kunt op een topografische kaart de kenmerken van Laag-Nederland aangeven.
Hoe zit dat nou met die werking van het landijs op de vorming van stuwwallen in Nederland?
In de afbeelding hieronder van Soest / Soesterberg wordt dat nog een keer uitgelegd:


Download
Download
Download
Quizlet Hoofdstuk 1 landschappen
Quizlet Hoofdstuk 1 landschappen
Terug naar de inhoud